De kaart moet snel genoeg zijn
Video schrijft continu weg. Is de kaart te traag, dan loopt de buffer vol en stopt de opname, meestal zonder duidelijke melding. Kijk niet naar de opslagcapaciteit maar naar de schrijfsnelheid: voor gewone opnames volstaat klasse U3 of V30, voor hoge beeldsnelheden of hoge bitrates hebt u V60 of V90 nodig.
Hoeveel past er op
Als ruwe vuistregel kost een minuut in hoge kwaliteit driehonderd tot vijfhonderd megabyte. Een kaart van 128 gigabyte is dan goed voor vier tot zes uur. Neem liever twee kaarten van 128 dan één van 256: als er één uitvalt of zoekraakt, bent u niet alles kwijt.
Merk en vervalsingen
Geheugenkaarten zijn het meest vervalste accessoire dat er is. Koop bij een winkel die u kent, wees achterdochtig bij prijzen die ver onder de rest liggen, en test een nieuwe kaart voordat u hem meeneemt op reis: schrijf hem één keer vol met testmateriaal en lees dat terug.
Accu's
Reken op één tot anderhalf uur filmen per accu bij een kleine camera, langer bij een camcorder. Neem er minstens twee mee en laad ze de avond ervoor allebei op. Kou halveert de capaciteit, dus in de winter draagt u de reserveaccu in uw binnenzak in plaats van in de tas.
Bijladen tijdens gebruik
Veel camera's laden via usb, en sommige kunnen tegelijk filmen en laden. Met een powerbank bent u dan van het probleem af, zeker bij statische opnames. Kijk of uw model dat ondersteunt en test het thuis; niet elke camera laat het toe en sommige worden er warm van.
Formatteren, niet wissen
Formatteer de kaart in de camera zelf voordat u begint, niet in de computer, en wis geen losse bestanden op de kaart. Dat houdt het bestandssysteem netjes en voorkomt de fragmentatie waardoor kaarten met de tijd trager worden.
Kaartlezer
Overzetten via de camera is traag en kost accu. Een kaartlezer met usb 3 is voor een paar tientjes te koop en scheelt bij een volle kaart een half uur wachten. Neem hem mee op reis, samen met een schijf om materiaal op te zetten.
Waar het echt misgaat
De drie klassiekers: een lege accu op het beslissende moment, een volle kaart, en een kaart die in de camera van iemand anders is geformatteerd. Alle drie zijn de avond ervoor in vijf minuten te voorkomen, en alle drie gebeuren ze bij iedereen minstens één keer.
Twee kaarten, twee dagen
Wisselt u per dag van kaart, dan hebt u aan het eind van een reis een natuurlijke back-up: gaat er één kapot, dan bent u niet alles kwijt. Schrijf met een fijne stift een nummer op elke kaart en houd bij welke vol is; dat werkt beter dan proberen te onthouden welke u het laatst gebruikte.
Wat u met oude kaarten doet
Kaarten slijten door schrijven en wissen. Een kaart die haperingen geeft, foutmeldingen toont of ineens trager wegschrijft, gebruikt u niet meer voor werk dat u niet kunt overdoen. Ze zijn goedkoop genoeg om te vervangen, en de kosten van verloren opnames liggen altijd hoger.



